Parochies met meerwaarde

Plein voor de Sint-Carolus Borromeuskerk in Antwerpen. Foto: visitflanders/Flickr.com (cc)

Parochies met meerwaarde

Wat maakt parochies tot vitale geloofsgemeenschappen? Guido Dierickx onderzoekt enkele ‘best practices’ uit zijn thuisstad Antwerpen.

Onze parochies verkeren in crisis. Er komt doorgaans weinig volk naar de kerkdiensten en vooral weinig jongeren. Dat heeft aanleiding gegeven tot vele hooggestemde maar ook weinig praktische bespiegelingen. Misschien is het nuttiger eerst even te zoeken naar uitzonderingen op de regel, naar ‘best practices’ waarvan we iets kunnen leren. Daarmee komen we niet alle redenen op het spoor waarom parochies het goed of minder goed doen. In ieder geval laten we hier successen buiten beschouwing die te danken zijn aan uitzonderlijke, charismatische persoonlijkheden.

Artiestenmis

Laten we eerst voorbeelden onder de loep nemen die vaak opgemerkt worden. In het centrum van Antwerpen trekt de Sint-Carolus Borromeuskerk veel volk. De zondagsmis staat er bekend als ‘de artiestenmis’ omdat ze wordt opgeluisterd door de uitvoering van klassieke muziek. Kennelijk bestaat er enige affiniteit tussen klassieke muziek en liturgie. Komen de aanwezigen meer voor de muziek dan voor de liturgische dienst? Nee, ze luisteren even aandachtig naar de woorden die daar gesproken worden als naar de muziek die daar gespeeld wordt. Kortom, de religieuze muziek levert, samen met de pracht van deze monumentale kerk, een toegevoegde waarde aan het liturgisch gebeuren.

Monumentale kerken in de binnenstad zijn vaak eerder bedevaartkerk dan parochiekerk

Daar is niets mis mee. De liturgie mag verrijkt worden met artistieke elementen. Het nadeel is wel dat de aanwezigen een publiek en geen hechte gemeenschap vormen. Ze komen van heinde en verre en verdwijnen weer naar heinde en verre. Zo nu en dan wordt de viering afgesloten met een gezellige receptie voor de organisatoren en voor de getrouwen. Maar dat beantwoordt nog niet aan het ideaal van de territoriale parochie. Die heeft geen ‘publiek’ maar ‘leden’ die met elkaar vertrouwd zijn omdat ze in elkaars nabijheid wonen en niet omdat ze tot dezelfde (economische of culturele) stand behoren.

Natuurlijke gemeenschap

Waarom komt ook in de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal veel volk, vooral op zaterdag? Ook omdat ze midden in het toeristisch en winkelcentrum ligt en de gelegenheid biedt om een viering in prachtig kerkgebouw mee te maken en om zodoende het zaterdagse shoppen af te ronden. En niet te vergeten: omdat de kathedraal een groot en goed kinderkoor heeft dat vele familieleden aantrekt, vooral op hoogdagen. Maar ook hier komen de aanwezigen van ver en maken ze geen deel uit van de parochiegemeenschap.

Beide monumentale kerken sluiten dichter aan bij het type van de bedevaartkerk dan bij dat van de parochiekerk. Waar lukt het wel om de kerkbezoekers, ook de jongere, meer blijvend bij de kerkgemeenschap te betrekken? Daarvan zijn hier voorbeelden te vinden in kerken waar allochtone katholieke gemeenschappen een onderkomen vinden. Daar wordt de natuurlijke gemeenschap, de Poolse bijvoorbeeld, haast spontaan omgezet in een kerkelijke gemeenschap. Dat komt al dichter bij het ideaal van de territoriale parochie. Zo was het vroeger, en ook nu nog, in kleinere dorpen. Eerst was daar een natuurlijke gemeenschap die op gestelde tijden de gedaante aannam van een parochiegemeenschap.

Verenigingsleven

In grotere steden was de gedaanteverandering van een profane naar een religieuze gemeenschap niet zo vanzelfsprekend. Het gemeenschapsleven in de stad werd ook vroeger al aangetast door het uiteenlopen van de profane belangen van de burgers. De stadsparochies hebben zich daartegen verweerd door aan individuen met verschillende belangen een eigen verenigingsleven te gunnen. Ze kregen, haast letterlijk, hun eigen kapelletje in de grote kerk. Maar op zeker ogenblik is er iets vreemds gebeurd. Voorheen waren al die verenigingen, gilden en ambachten, onderhevig aan vooral middelpuntzoekende krachten. De inspanningen qua geld en personeel die in hen geïnvesteerd werden, vloeiden via een omweg terug naar de parochiegemeenschap. Denken we maar aan wat de lokale jeugdbewegingen ooit hebben betekend voor vele parochies.

Welk verenigingsleven is nog mogelijk als vele verenigingen aan de parochies ontsnappen?

Op zeker ogenblik hebben echter de middelpuntvliedende krachten de overhand genomen. Dat is in grote mate toe te schrijven aan het feit dat belangengroepen geen vrede meer konden nemen met organisatie op lokaal niveau. De belangen van de arbeiders, van de jongeren, van de vrouwen moesten verdedigd worden op nationaal niveau. En daar bleek een confessionele kleur op de duur hinderlijk te zijn. De investeringen gingen daarom naar confessioneel kleurloze verenigingen.

Zwakkeren

Parochies dienen zich te omringen met verenigingen. Welk verenigingsleven is echter nog mogelijk als vele verenigingen door middelpuntvliedende krachten aan de parochies ontsnappen? Dan moeten de parochies zich toeleggen op de hulpverlening aan individuen die zich moeilijk op eigen kracht (kunnen) verenigen. Dat zijn de armen, de ouderen, de thuisblijvende ouders, de eenzamen en andere sociaal zwakkeren. Dat is wat vele parochies in feite reeds doen. De reden die ze daarvoor aangeven is dat zij vooreerst de zwakkeren van de samenleving willen helpen. Een bijkomende, minder onderkende reden is dat die zwakkere individuen geen onderkomen vinden in andere verenigingen dan die van de parochie. Zo bereik je natuurlijk niet veel jongeren. Daarvoor zal men moeten rekenen op de scholen en dies meer. Maar dat is een ander verhaal. En nogmaals: er zijn nog andere factoren die de bloei of de verwelking van parochies verklaren.

Print
E-mail

Over de auteur

Guido Dierickx SJ is een Vlaamse jezuïet. Doceerde politicologie, sociologie en godsdienstsociologie aan de Universiteit Antwerpen. Hij is redacteur van Ignis Webmagazine.

Meer van deze auteur >

Thema(s):

Kerk Religie

Rubriek(en):

4 reacties

  • Reactie van Elianne Muller 24 januari 2014

    Dag Guido, in de Oecumenische Studentenkerk te Nijmegen, die sinds enkele jaren midden op de campus ligt, komen door de week veel studenten voor gespreksgroepen, cursussen, Taizévieringen, maaltijden, geloofsgesprekken en ‘gewoon’ gezelligheid in een setting die niet direct met studie maar ook niet per se met kerk-zijn verbonden is. Wat bindt, veelal onuitgespoken is ‘we voelen ons met de universiteit verbonden’. Voor de zondagse vieringen – die voornamelijk door ouderen bezocht worden maar waarbinnen gelukkig ook een flinke groep jongeren actief betrokken is – geldt duidelijker: “wij willen gemeenschap zijn” – ook dat niet per se uitgesproken, want ook wij komen van allerlei plaatsen en vanuit duidelijk onderscheiden gelovige denominaties. In jouw bijdrage hier, over Antwerpse ‘Best Practices’ interessert me nu vooral het woord ‘publiek’ in de zin van: toehoorders bij mooie muziek, mooie taal. Nu wij (ik) als koor sinds kort werken met prominente koormappen, nu de (nieuwe) dirigente minder uitnodigt tot samenzang – in deze gemeenschap die van oudsher van harte voluit meezingt moeten wij ervoor waken dat er gemeenschap blijft i.p.v. concertsetting. Je tekst zet me op een prettige manier aan het denken.
    Ik hoop je te zijner tijd nog eens te spreken over het onderwerp, ik hoop dat (ook) wij weer best-practise zullen blijken, hartelijke groet, Elianne Nuller (red.raadslid Streven).

  • Reactie van Bouke Bosma 24 januari 2014

    Op dit gebied zijn de artikelen van Stijn van den Bossche zeer lezenswaardig. Bijvoorbeeld het artikel “geloofscommunicatie op nieuwe wegen” in het blad ‘Rondom Gezin’ uit 2008 nr.2.
    Hij gaat daarin op het document geproduceerd door de Franse bisschoppen ‘Conference des eveques de France, Texte national pour lórientation de la catéchèse en France et principes d’organisation, Bayard/Cerf, Paris, 2006’.
    Het gaat in dat stuk over het geloof voorstellen en catechese met als zeer prettige bijzaak gemeenschapsopbouw.

  • Reactie van John 24 januari 2014

    Een studentenparochie is een categoriale parochie, en de schrijver benadert een territoriale parochie. Wat is het verschil, en welke lessen kunnen we hieruit trekken?

    De R.K. Kerk kende tot en met WO II eigenlijk alleen territoriale eenheden. B.v. op basis van een dorpsstructuur, een speciale wijk in de stad en dan vaak nog versterkt door dat bijzondere afgrenzende aspect “verzuiling” waarmee de pastorale strategie zich afgrensde van een Westerse pluriforme samenleving (dit verschijnsel kwam zowèl in Nederland als Vlaanderen voor).
    Ná WO II kwamen m.n. Franse priesters erachter, dat dit territoriale model achterhaald was als de territoria wegvielen of als “zuilen” in toenemende mate getekend werden door interne pluriformiteit (b.v. door de toenemende spanningen in de verhouding “kapitaal en arbeid”, waardoor een verzuilde politieke eenheid van katholieke werkgevers en katholieke arbeiders verloren ging).
    Ze wilden “dichter” bij de gewone mensen staan, en kozen voor een categorie mensen. B.v. arbeiders! Zo ontstond – aanvankelijk met zeer veel argwaan uit Rome – een pastoraal voor de “categorie arbeiders”. Later ontwikkelde deze categoriale pastoraal zich b.v. ook voor zieken, militairen, gevangenen, kermispersoneel,…… en natuurlijk studenten!

    De schrijver stelt nu, dat door het wegvallen van de territoria ook de échte vormen van kerkelijke gemeenschap wegvallen. Er moeten weer (achterhaalde verzuilde?) verenigingen komen, en we zouden een voorbeeld kunnen nemen aan allochtone immigranten!
    Laten we eens:
    (1) Het gedachtegoed van een confrater van hem centraal stellen, die het in een àndere richting zocht!
    (2) Om er vervolgens nader nog eens op in te gaan.

    Ad 1). In de Ned. vert. van “Het Handboek van de Pastoraaltheologie” (1966-1968) onder redactie van o.m. K. Rahner s.J. staan voortdurend 2 elementen uit zijn theologie centraal:
    1. De moderne mens zoekt (transcenteel) naar een zinvolle God.
    2. Het contact tussen die God en de mens voltrekt zich in een geschiedenis van bemiddeling van Genade; een “Heilsgeschiedenis”. Dit laatste is ook nog eens nader uitgewerkt in een àndere reeks theologische bijdragen waaraan hij belangrijke bijdragen heeft geleverd, met de naam: “Mysterium Salutis” (Ned. vert. 1967-1968).

    Opvallend is echter, dat de menswetenschappelijke aanvullingen op zijn visie ( wetenschappers in het eerste Handboek, veelal van de voormalige KUN in Nijmegen) deze theologie van Rahner niet integreren in hun visie op pastoraal handelen. Het ambt en de Kerk worden ook alléén sociologisch benaderd; de priester is b.v. geen Sacrament, maar eerder een veredeld maatschappelijk werker of een enigszins opgeleid klinisch-psycholoog, en de Kerk is geen mysterie.
    Daardoor ontstaat er bij hen geen ruimte meer voor een liturgie die deel uitmaakt van een heilsgeschiedenis, de bemiddeling in de Genade door Sacramenten, Geestelijke Onderscheiding en spiritualiteit. Eigenlijk is de visie van Rahner daarmee volledig te niet gedaan….

    Deze visie heeft centraal gestaan op álle pastorale opleidingen in R.K. Nederland, en heel bijzonder ook het Pastoraal Concilie (1968-1970), waarop deel van deze wetenschappers een zéér herkenbare stempel heeft gedrukt. Men vindt dit derhalve terug in álle vormen van territoriale- en categoriale vormen van pastoraal in Nederland.

    Toch blijft in wisselwerking van “natuur en genade” van Rahner alléén de toekomst van Kerk en parochie liggen, al zal dit m.i. in de geseculariseerde streken in toenemende mate een mengvorm worden van territoriale- en categorale pastoraal.
    Men zegt wel, dat het pastorale handelen in de pluriforme en geseculariseerde samenleving zich zal ontwikkelen van een territoriale “volkskerk” naar een sterk betrokken “vrijwilligerskerk” lós van traditionele structuren. Daarvoor heeft men bewust een onderscheiden keuze gemaakt. Daarmee zijn we bij de tekst van de schrijver aangekomen.

    (Ad 2) Want in die betrokkenheid kan óók nog een belangrijke basis van “Gemeenschap” liggen. Al zal men – ondanks een mogelijk herstel van Christelijke structuren – nooit meer een verstedelijkte “Gemeinschaft” in een pluriforme geseculariseerde samenleving krijgen!
    De verzuilde verenigingen komen niet terug, en een parochie van allochtonen is toch allereerst een vorm van categoriale pastoraal? Een categorie van geïmmigreerde Poolse immigranten is toch iets anders, dan de vele maatschappelijke lagen in het Westen?

    John.

  • Reactie van stéphane haricot 26 januari 2014

    Zo 3A, Mt : Jezus start zijn zending met een toer langs synagogen, ttz. waar een bestaande, natuurlijk-religieuze gemeenschap is, waar hijzelf ook thuis is. Waar christenenblide mensen zijn, is er nog steeds groei en bloei, Rooms en elders. Hoe komt het toch, dat gelovigen zo weinig blijk geven van de blijheid, die hen eigen zou moeten/mogen zijn, en zo dikwijls lijken te verzuipen in hac lacrimarum valle, met alle tristesse vandien. lang leve de bedevaartskerken, -kapellen en -plekken met hun soms eeuwenoude gemeenschapsvormende folklore : plaatsen van aanwezigheid en ontmoeting, interfaces tussen Kerk(en) en wereld zonder weerga.
    Idd : inclusiviteit doet en geeft(geloofsleven

Reageren

Wilt u reageren op dit artikel? Mail de redactie van Ignis Webmagazine!

Door op verzenden te klikken gaat u akkoord met de voorwaarden.

Zoeken

Gerelateerde artikelen

Waar het in de kerk om gaat

24 juni 2013 | Jan Stuyt SJ

“Al het kerkelijk gedoe is als de tonnen erts die nodig zijn opdat in onze harten een klein beetje geloof, hoop...

Doe-het-zelfpreek

2 september 2013 | Jos Moons SJ

Katholieke preken zijn vaak saai, somber en moraliserend. Valt daar wat aan te doen? Jos Moons doet een suggestie. De preek...

Wat er ook verdwijnt, Rochus blijft

16 september 2013 | Jan Peters SJ

Het Brabantse Deursen heeft geen winkels meer, zelfs geen café. Maar het kapelletje van de heilige Rochus wordt er gekoesterd. Onder...

Kerk

Religie

Essay

islam

‘De islam wil godsdienst van vrede zijn’

16 augustus 2017 | Victor Assouad SJ

Hoe kunnen westerlingen vruchtbaar samenleven met moslims? De Syrische jezuïet Victor Assouad benadrukt de gematigde aard van de islam en geeft...

Ignatius van Loyola

Zo wilde Ignatius de kerk opbouwen

31 juli 2017 | Wiggert Molenaar SJ

Op Ignatius’ feestdag belicht Wiggert Molenaar de (ongemakkelijke) Richtlijnen uit de Geestelijke Oefeningen. Over komen tot kerkelijke gezindheid en geloven in de...