Ga jouw weg (net als Abraham). Wat er een is van loslaten en toevertrouwen

Caravaggio, The Sacrifice of Isaac, ca. 1603 | Foto: bpk/Scala

Ga jouw weg (net als Abraham). Wat er een is van loslaten en toevertrouwen

Abraham moet zijn zoon teruggeven. Of beter, zoals Tineke leest: hij moet hem uit handen geven. Want in beproevingen schuilen ten diepste rijke levenslessen.

Meditatie bij Genesis 22: 1-14, door Tineke Renkema

Ga waar je niet kunt gaan

Zie waar niets is te zien

Hoor waar slechtst stilte is

Dan hoor je waar God spreekt.

Eerst is het belangrijk te weten waar het in een beproeving over gaat. Zodat ik mijn kleine leven met dit verhaal kan verbinden én om deze laatste beproeving van Abraham niet mis te verstaan.

Het gaat in een beproeving, in mijn aanvoelen, om alles of niets; een leven gewonnen of een leven tevergeefs. Er wordt een keuze verwacht die mij dichter bij mijn bestemd-zijn brengt of daar juist vandaan. In een beproeving gaat het niet om een mens die aan de eisen van God moet beantwoorden, een mens die wordt getest door God om daar dan al dan niet in te slagen.

Abraham, ga deze weg

God roept Abraham en Abraham antwoordt: Hier ben ik – beschikbaar, bereid om te luisteren, bereid om te doen wat gehoord wil worden. Dat klinkt vertrouwd. Dat klonk ook aan het begin van Abrahams weg. Het spreken van God, het luisteren van Abraham en de oproep om weg te trekken uit al wat vertrouwd was om te gaan. Die opdracht van God om te gaan, te gaan alsjeblieft, te gaan naar jezelf toe, naar de weg die voor jou is bestemd*. Nu hoort Abraham het opnieuw: Ga, ga jouw weg, maar nu samen met je zoon naar de berg die God zal wijzen om deze zoon te offeren.

Nu hoort Abraham het opnieuw: Ga, ga jouw weg, maar nu samen met je zoon naar de berg die God zal wijzen om deze zoon te offeren.

Te offeren? Ik kan het eigenlijk niet geloven, ik wil het eigenlijk niet horen, en toch. Ik weet dat kinderoffers in die tijd niet vreemd waren om de goden gunstig te stemmen. Versta ik het wel goed?

Om samen terug te keren

Ik spits mijn oren om te horen wat Abraham zegt, maar hij zwijgt. Geen tegenspraak. Hij gaat. Hij gaat met zijn geliefde zoon en de knechten en het hout voor het offer. Drie dagen, dan slaat hij zijn ogen op en ziet de plaats. Tegen de knechten zegt hij dat ze daar moeten blijven. Hij gaat de berg op met zijn zoon om te ‘knielen’, ja te knielen om daarna samen terug te keren. Zou Isaak dat gehoord hebben, dat samen terugkeren? Zie ze gaan daar met zijn tweeën: Vader en zoon. Geloofsoverdracht?

En behalve die vraag, zwijgt ook Isaak. Ook als alles in gereedheid wordt gebracht voor het offer

‘Vader’, hoor ik Isaak zeggen. Hier ben ik, zegt Abraham. Weer dat ‘hier ben ik’. Voor God beschikbaar, maar dus ook voor zijn zoon. Een bereidheid tot luisteren, echt luisteren. ‘Het lam voor het offer?’ God zal voorzien, is het antwoord. En behalve die vraag, zwijgt ook Isaak. Ook als alles in gereedheid wordt gebracht voor het offer: Isaak gebonden, het mes gereed.

Zoveel kinderen worden nog altijd opgeofferd

Ik houd mijn adem in. Het zal toch niet? Dat wat we tot op de dag van vandaag zien gebeuren, waarvan we weten, waarbij we de adem inhouden, dat kinderen opgeofferd worden, aan denkbeelden, vaststaande beelden over God, over geloven, opgeofferd worden aan torenhoge verwachtingen, liefdeloosheid, eisen van machtige, onderliggend kwetsbare ouders, oorlogszuchtige heersers. Het zal toch niet?

Zou ik me zo laten onderbreken in een beweging die al gaande is?

En dan die onderbrekende stem van een engel: Abraham. En dan voor de derde maal, luisterend: Hier ben ik. Zou ik me zo laten onderbreken in een beweging die al gaande is? Durf ik zelf die onderbrekende stem te zijn en roepen ‘zo niet’, waar ik onheil zie gebeuren?

Waar deze beproeving ten diepste over gaat

En dan hoor ik waar het in deze beproeving om ging: Ontzag voor God en om deze zoon niet ‘weg te houden voor God’ (vertaling Naardense Bijbel). Het gaat erom of Abraham toch ergens deze zoon voor zichzelf wilde houden. Hij moet Isaak loslaten, zodat ook hij de weg van zijn bestemming kan gaan en Abraham niet in de weg staat. Het gaat, zo begrijp ik, om het loslaten van de toekomst. Om mijn toekomst in Gods handen te leggen – al wat mij zo lief is en dat ik daarom vasthoud.

Het gaat erom of Abraham toch ergens deze zoon voor zichzelf wilde houden. Het gaat erom Isaak los te laten.

Ook mijn weg, ook onze weg, is een weg van gaandeweg loslaten en toevertrouwen. Zou het? Kan het? Abraham laat ons deze beweging zien: U hebt het mij gegeven, u geef ik het terug.

 * het Hebreeuws ‘lech lecha’ kan zo worden vertaald
Print
E-mail

Over de auteur

Tineke Renkema-Boersma is psychotherapeut en geestelijk begeleider. Zij is lid van de gemeenschap De Hooge Berkt in Bergeijk.

Meer van deze auteur >

Rubriek(en):

Reageren

Wilt u reageren op dit artikel? Mail de redactie van Ignis Webmagazine!

Door op verzenden te klikken gaat u akkoord met de voorwaarden.

Zoeken

Gerelateerde artikelen

De drie dimensies van de Bijbel

15 februari 2017 | Wim Beuken SJ

Lezen gelovigen de Bijbel niet erg selectief? Dat vroeg Guido Dierickx zich onlangs op Ignis af. Exegeet Wim Beuken schreef een...

Ben jij Abraham?

2 oktober 2015 | Paul Begheyn SJ

Zou jij, door gehoorzaamheid aan heersende waarden of maatschappelijke druk, je kind offeren? Die vraag wordt gesteld bij een indringende tentoonstelling...

Bijbel

Meditatie