De ongemakkelijke kunst van een compliment geven (en ontvangen)

Photo door Jerry Seon / Unsplash

De ongemakkelijke kunst van een compliment geven (en ontvangen)

Jan Stuyt geeft een piekfijn geklede dame met hoofddoek een compliment. En schiet een beetje in de stress. Word ik nu aangevallen door een jaloerse echtgenoot?

Mag dat wel, zomaar iemand die je niet kent op straat aanspreken en complimenteren? Door bijvoorbeeld te zeggen: ‘Mevrouw, wat een mooie hoed’. Is dat niet reuze achterhaald, seksistisch en bijna verbale aanranding, als je als man een onbekende dame zomaar een compliment geeft? Ik heb het de afgelopen maanden wel eens keer gedaan, maar voelde iedere keer meteen erna schroom en een gevoel van ‘O jee, wat heb ik gedaan?’.

Hollanders in vaalgewassen t-shirts

Het was het hemelvaartsweekend in Breda. Het was warm, zeer warm, honderden mensen hadden een geweldig feest in de straten, pleinen en parken van Breda: het was jazzfestival. Ik kwam voor de avondwake voor monseigneur Ernst en liep van het station door het park naar het centrum. Even later zou ik in een boekhandel een mooie grote foto van de overleden bisschop zien. In het park was muziek, mensen zaten op het gras, likten aan ijsjes, er was bier en limonade, en hier en daar werd muziek gemaakt. De meeste mannen en vrouwen van Nederlandse afkomst liepen in dit park rond in vaalgewassen, uitgezakte t-shirts, met rood verbrande neuzen, konen en schouders. Witte benen staken uit krappe of versleten korte broeken.

Ik heb het de afgelopen maanden wel eens keer gedaan, maar voelde iedere keer meteen erna schroom en een gevoel van ‘O jee, wat heb ik gedaan?’.

Een wellicht Turkse jonge vrouw, mooi gezicht, make up, liep gelijk met mij in dezelfde richting: van top tot teen ingepakt, hoofddoek onder de kin, lange mouwen, jurk tot op de grond. De kleding was zeer donkerblauw, bijna zwart, van goede snit. Ik zei, opzij kijkend: ‘Mevrouw, van alle mensen in dit park bent u veruit het best gekleed’.

Waar is de jihadist met kromzwaard?

Ik vreesde toen ik het gezegd had onmiddellijk te worden aangevallen door haar jaloerse broer, vader of echtgenoot die zeker niet veraf waren. Toen dat niet gebeurde, liet ik me ook nog ontvallen: ‘Wat je hier verder om je heen ziet is toch niet om aan te zien’. Er verscheen uit de bosjes geen jihadist met een kromzwaard, maar er kwam wel een vriendelijke glimlach van het mooie meisje dat zei: ‘Dank u wel mijnheer’, en ze vervolgde rustig haar weg.

Dat ik lelijke gedachtes krijg over mensen van zekere afkomst siert mij natuurlijk niet, en ik houd die gedachten meestal wel voor me. En gedachten zijn vrij. Maar wat ik hardop zeg tegen zo’n dame is mij wel aan te rekenen – mag dat wel? Ik weet het echt niet, maar mijn dag was goed en ik hoop die van haar ook.

Het compliment als beschaving

Ik kreeg laatst zelf een compliment van een Fransman voor iets dat ik beroepsmatig gedaan had. Dat was helemaal niet zo bijzonder geweest en ik vond de lof wel wat overdreven en zei dat ook. ‘O ja zei de Fransman, dat is waar ook: u bent Hollander, en die kunnen geen complimenten aannemen.’ Die kunst verstaat lang niet iedereen – het is een stukje beschaving dat je moet leren.

Maar wat ik hardop zeg tegen zo’n dame is mij wel aan te rekenen – mag dat wel?

De volgende anekdote circuleert al jaren maar schenkt me nog steeds veel voldoening. Een heer houdt galant de deur open voor een dame. Snibbig zegt ze: ‘Ik houd er niet van dat u de deur voor me openhoudt omdat ik een vrouw ben.’ De heer antwoordt: ‘Maar mevrouw, het was niet omdat u een vrouw bent, maar vanwege uw leeftijd.’

Als ik dat opschrijf denk ik ook meteen weer, zou de redactie dit grapje wel doorlaten op deze website? We zullen zien – overigens wel jammer dat er nog geen vrouw is gevonden om lid te worden van de redactie…

Print
E-mail

Over de auteur

Jan Stuyt SJ, jezuïet, was deken van Nijmegen en directeur van de Jesuit Refugee Service Europe. Momenteel is hij secretaris van de Vlaamse en Nederlandse jezuïeten.

Meer van deze auteur >

Rubriek(en):

2 reacties

  • Reactie van Clara de Groen 17 juli 2017

    Volgens mij mag je best iemand in de openbare ruimte een compliment geven.
    Ik complimenteer ook wel eens mensen en daaruit ontstaan vaak mooie gesprekken in wachtkamers of treinstations. Ik ben ermee begonnen toen op mijn werk een managementtip langskwam dat we elkaar als collega’s vaker een complimentje zouden moeten maken. Dat zou de sfeer ten goede komen. En dat werkte ook zo.
    Mensen groeien door vriendelijkheid van medemensen.

  • Reactie van Rob Groenendijk 25 juli 2017

    Bedankt voor je artikel over het geven van een complimentje. De situatie is me zeer bekend. Vanuit een innerlijk warm gevoel voor mensen, probeer ik spontaan in te spelen op een zich voordoende situatie. Wonderlijk daarbij is, dat razendsnel een groot aantal constateringen en overwegingen de revue passeren, met instandhouding van de originele spontane impuls. Na een rationele afweging resulterend in een door het hart gedragen uiting. Vrij van valse motieven. Daarmee val je gegarandeerd door de mand.
    En dat alles passeert in enkele seconden.

    Door jou artikel werd ik me bewust hoe complex zo’n minuscule interactie tussen mensen kan zijn. Dank je wel!!! Rob.

Reageren

Wilt u reageren op dit artikel? Mail de redactie van Ignis Webmagazine!

Door op verzenden te klikken gaat u akkoord met de voorwaarden.

Zoeken

Samenleven

Hoe ze op deze school pestkoppen stoppen

20 oktober 2017 | Veronique Thielemans

Pestgedrag op middelbare scholen los je niet zomaar op. Directeur Veronique Thielemans over hoe het Jan-van-Ruusbroeckollege probeert pesters te slim af te zijn....

De christelijke bezorgdheid om de (super) rijken

13 oktober 2017 | Guido Dierickx SJ

De herverdeling van het fortuin van de allerrijksten moet beter. Kan de christelijke geloofsgemeenschap daar misschien bij helpen? De christelijke geloofsgemeenschap...

Column

décolleté

Over mijn décolleté heb jij niets te zeggen

11 september 2017 | Guido Dierickx SJ

Toen een Brusselse universiteit haar vrouwelijke studenten vroeg ‘met een mooi décolleté’ op een proclamatie te verschijnen, waren de reacties niet van de lucht. Waarom...